Schilder en filmmaker.

Ik wilde vroeger graag binnenhuisarchitect worden. Die kant leek het aanvankelijk ook op te gaan. Ik was 17 en had er inmiddels vijf jaar over gedaan om door de eerste drie jaar van de HBS te komen. En om daar nou nog eens een paar jaar aan toe te voegen... mmm....het liefst wilde ik naar de kunstacademie. Maar dat ging mijn vader toch te ver: geen droog brood mee te verdienen. Ik moest maar een vak leren. We woonden in Den Haag en via een beroepskeuzeadviesbureau viel de keus op een vakopleiding in Rotterdam: de UTS voor Meubilerings- en Houtbedrijven. Je kon er in drie jaar je vestigingspapieren halen om b.v. een meubelwinkel te openen. De meeste leerlingen waren dan ook (zonder uitzondering) de zonen van eigenaren van een meubelwinkel of een meubelfabriek. Je leerde er allerlei praktische zaken: behangen, vloerbedekking leggen, meubels stofferen. Maar ook boekhouden, perspectief- en technies tekenen. Twee jaar op school in Rotterdam Zuid: iedere dag met de trein vanuit station Hollands Spoor in Den Haag, op kamers wonen kwam niet in me op en bovendien zaten er nog een paar jongens uit Den Haag op dezelfde school waar ik al snel goed bevriend mee werd. Het was een geweldige tijd, de deuk die mijn ego had opgelopen gedurende de totaal mislukte HBS periode, verdween als sneeuw voor de zon. Ik had weinig moeite met de aangeboden stof en ik leerde er vooral mijn handen te gebruiken. Met leuke nieuwe vrienden maakte ik muziek in een bandje. We gaven zelfs een tijdschriftje uit (ION) met gedichten van leeftijdgenoten (teenagers) wat in de landelijke boetieks van Bruno werd verkocht. De redactie, de opmaak, het drukken (stencillen), alles deden we zelf en het bracht ons in tienertijdschrift OOR en op de radio in het jongerenprogramma MICHON.

Daarna volgde een jaar stage. De stageperiode bracht ik weer door in Den Haag. De firma Steitner en Bloos was een chique meubelzaak in de Molenstraat, met een assortiment van de betere design meubelen van die tijd: Artifort, Formule e.d. Een echt familiebedrijf waar ik in feite niet veel meer mocht doen dan dagelijks het magazijn en de werkplaats schoonvegen. Het leverde nog een flink probleem op toen de oude meneer Steitner mijn kritische stageverslag weigerde te tekenen. De stagebegeleider uit Rotterdam moest ervoor naar Den Haag komen en praten als Brugman (zo heette hij ook) om de man ervan te verzekeren dat dat soort verslagen nooit openbaar werden gemaakt. De volgende stageplek was vlak om de hoek: op het Noordeinde. Een zeer grote winkel in hartje centrum Den Haag: De Stam. "Van stam tot meubel, voor meubelen naar De Stam" was de slogan. Er werden zgn. TopForm meubelen verkocht, maar ook vloerbedekking en woningtextiel. Er werkten behalve een bedrijfsleider zo'n 7 verkopers en er was een vaste stoffeerder in dienst. Hier werden mijn capaciteiten veel beter gezien en ook aangewend. Ik mocht een grote Ahrend tekentafel kopen, compleet met een heuse tekenmachine. Dit gereedschap stond midden in de winkel. De verkopers konden hun klanten meenemen naar die plek, opdat ik dan razendsnel een plattegrond- en een perspectieftekening van het aan te schaffen interieur kon maken.

Na een onderbreking van anderhalf jaar als dienstplichtig soldaat, kon ik daar na mijn diensttijd de draad weer oppakken. De grote baas van De Stam: de heer Hoofdman, nodigde me in het voorjaar van 1969 uit om zijn persoonlijke assistent te worden in de hoofdvestiging van TopForm in het moderne centrum van Rotterdam. Hij zag mij waarschijnlijk als de zoon die hij nooit had gehad, zelf had hij drie (jongere) dochters. Ik werd vrijwel meteen verantwoordelijk voor alle publiciteit, de folders en de advertenties in de dagbladen. Maar ook de belettering van de 7 enorme vrachtwagens van het bedrijf. De etalages van het enorme pand aan de Mariniersweg werden iedere maand naar mijn aanwijzingen opnieuw ingericht. En nog weer een paar maanden later was ik al de filiaalhouder van een klein filiaal met exclusieve meubelen aan de Meent in Rotterdam. De Stam was een enorm bedrijf met vestigingen in Rotterdam, Den Haag en Schiedam. Er werd iedere week meer dan drie ton aan omzet gedraaid. Er werkten 52 mensen. En ik was de jongste werknemer, verantwoordelijk voor van alles en nog wat, maar met nul ervaring.

Opnieuw naar school.

Ik voelde de hete adem van al die snelle verkopers in mijn nek, want dat bleef het belangrijkste: omzet maken. Daar werd je status binnen het bedrijf door bepaald. Ik verkocht niets, ik stond in mijn eigen filiaal en ik wist niet één stoel of tafel te verkopen. Ik voelde dat het niet goed zou komen en ook al omdat mijn vriendin een universitaire studie zou gaan volgen en waarschijnlijk op die manier uit mijn leven zou verdwijnen, bedacht ik dat het misschien wel raadzaam zou zijn om dan ook maar weer naar school te gaan. Wie er mee kwam weet ik niet, maar er bleek een school te zijn in Eindhoven, waar je industrieële vormgeving kon studeren. Ik was nog net op tijd om daar eind mei 1969 toelatingsexamen te doen.


Documentaires

Naast de recente en uitgebreide documentaire over "De Egmond Gitaar", maakte ik samen met Chris van Dijk al eerder een verslag van de opvoering van de rock-opera "Jesus Christ in Concert Boxtel 2016". Drie maanden lang volgden wij alle repetities en voorbereidingen rond de opvoering tijdens de paasdagen in de Heilig Hart Kerk in Boxtel.

Muziek

Ook maken we regelmatig opnames van optredens of repetities van bandjes of popgroepen. Hieronder de Wildmen Bluesband: "It's Freezing In My Heart".