Over Hubbie Ledbetter en John Lomax

Het verhaal van Hubbie Ledbetter en John Lomax

Dit is een artikel in de populaire Blues Law-serie van advocaat, auteur en radiopersoonlijkheid Brian Lukasavitz, "The Blues Attorney". De serie waarin hij interessante en historische rechtszaken onderzoekt die verband houden met het bluesgenre.

In de loop van de decennia heeft het verhaal van vriendschap en samenwerking tussen musicoloog John Lomax en folk/blues-singer-songwriter Lead Belly mythische proporties aangenomen: men kan de carrière van de een nauwelijks bespreken zonder de ander erbij te betrekken. Helaas was de relatie meer een mythe dan een feit - en de juridische verstrengeling tussen de twee had een negatieve invloed op beide carrières.

John Lomax begon in 1933 met het maken van "veldopnames" van verschillende volksmuziekstijlen, voornamelijk op boerderijen en in penitentiaire inrichtingen in het hele Zuiden. Particuliere subsidies en de "Library of Congres" financierden Lomax' reizen en archivering van "working songs", gospels, blues, ballads en "folksongs". In juli 1933 bezocht Lomax de State Prison in Angola Louisiana, gewapend met zijn nieuwe, ultramoderne fonogram. Daar hoorde hij Huddie "Lead Belly" Ledbetter zingen en gitaarspelen en maakte opnames van hem. In 1935, toen Lead Belly uit de Angola gevangenis werd vrijgelaten, haalde hij Lomax over om hem in te huren als zijn assistent.

Er is een al lang bestaande legende dat gouverneur Oscar Allen Lead Belly gratie verleende nadat hij hem had horen zingen. De waarheid is dat Lomax welliswaar een opname van Lead Belly had gemaakt, maar de volkszanger kreeg daarom nog geen gratie. De waarheid is dat Ledbetter in aanmerking kwam voor vervroegde vrijlating op basis van goed gedrag. Lead Belly was al eens eerder veroordeeld in de staat Texas en kreeg daar gratie bij het afscheid van de Texaanse gouverneur: Pat Morris Neff .

Velen geloven dat Lomax en Lead Belly het grootste deel van hun carrière hebben samengewerkt. In werkelijkheid was het iets meer dan vijf of zes maanden. Met Lead Belly die Lomax assisteerde als chauffeur en opname-assistent, brachten ze de volgende maanden door met het afronden van het archiveringsproject van Lomax voordat ze naar het lezingencircuit aan de oostkust gingen. In januari 1935 tekende Lead Belly een managementcontract met Lomax. Dit contract bepaalde de verdeling van prestatievergoedingen, royalty's, toewijzing van auteursrechten en verantwoordelijkheden voor beide partijen. De samenwerking met Lomax verzuurde snel. Gefrustreerd door de werkrelatie en maandelijkse betalingen, zou Lead Belly uiteindelijk een juridisch adviseur inhuren om Lomax aan te klagen voor betalingen, royalty's en ontbinding van het managementcontract.

Het is onwaarschijnlijk dat de rechtszaak van Lead Belly ooit is ingediend. Na enkele maanden onderhandelen werd er echter een schikking bereikt die een volledige forfaitaire betaling omvatte en een splitsing van potentiële royalty's uit het boek van Lomax; Negro Folk Songs zoals gezongen door Lead Belly. Gedurende deze tijd kreeg Lomax ook een platencontract voor Lead Belly bij de American Recording Company (ARC). Helaas heeft Lead Belly meer dan 40 nummers opgenomen voor ARC, maar omdat de vroege releases niet goed verkochten, werd de rest niet uitgebracht. Nadat hij zijn eigen carrière had geleid, zou Lead Belly contact opnemen met John Lomax in de hoop een nieuwe managementovereenkomst te sluiten.

Door verwarring toe te voegen aan de relatie tussen Lomax en Lead Belly, kwam Lead Belly in 1939 opnieuw in juridische problemen. Deze keer zou het Alan Lomax, de zoon van John, zijn die Lead Belly te hulp zou komen. De jongere Lomax, die een heel andere filosofie had over rassenrelaties en volksmuziek dan zijn vader, regelde de borgtocht van Lead Belly, zamelde geld in voor juridische kosten en hielp met financiële steun voor de familie Ledbetter. Alan Lomax onderhandelde een deal met het Musicraft Label om een reeks opnamen te maken die postuum een Grammy Award zouden opleveren. Alan Lomax zou ook een langlopend platencontract afsluiten met RCA-Victor, en Lead Belly promoten via radio-interviews en live-optredens. Alan Lomax zou ook bijna de hele Lead Belly-catalogus opnemen voor de Library of Congress. Hij zou de verhalen en liedjes van Lead Belly verder documenteren, maar na verloop van tijd zou hun samenwerking eindigen - schijnbaar op goede voet. Lead Belly verhuisde uiteindelijk naar Hollywood, sloot een platencontract bij Capitol Records en was de eerste van vele Amerikaanse folk- en bluesartiesten die door Europa toerde.

Helaas ontgingen de echte roem en het fortuin van Leadbetter hem tijdens zijn leven. Hij stierf in 1949, zes maanden voorafgaand aan de release van The Weaver's versie van zijn "Goodnight Irene", wat het begin was van een eindeloze lijst van covers van zijn catalogus. Hij zou uiteindelijk voor meerdere Grammy Awards worden genomineerd (en ontvangen) voor eerdere werken, een introductie ontvangen in de Blues Hall of Fame en in 1988 werd hij opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. In 2002 werd Leadbelly opgenomen in de Grammy Hall of Fame voor "Goodnight Irene". John Lomax, verbitterd door de mislukte relatie met de folkzanger, heeft na Lead Belly nooit meer artiesten vertegenwoordigd.