Deel 9: "De Boxtel Periode".

(17 min. 40 sec.) Tijdens de sluiting van de Egmond fabriek in 1977 vraagt curator Ad van der Linden al aan een paar van de werknemers om rekening te houden met een eventuele doorstart in Boxtel. De directeur van de sociale werkplaats daar: Henk Donatz, heeft daarvoor belangstelling en vindt ook in september 1979 de plek, het geld en de middelen. Voor een groot deel betekent het dat de machines uit de fabriek in Best uit de failliete boedel worden overgenomen, net als de rest van de daar opgeslagen voorraden. Met 10 professionele werkbegeleiders o.l.v. oud-Egmond werknemer Piet van der Heijden, gaan ca. 70 WSD werknemers in Boxtel gitaren bouwen op basis van de kwaliteit die C.F. Martin eerder eiste voor de "Vega" gitaren. Het gaat om een dertigtal instrumenten per dag, die onder de naam "Alpha" op de markt worden gebracht.

Er komt echter al in 1981 een eind aan deze productie. Als reden wordt genoemd dat de gitaren te duur zouden zijn. Daarnaast zouden te veel van de geproduceerde gitaren niet aan de kwaliteitseisen van de eigen controleurs voldoen en worden afgekeurd. Een groot deel van deze afgekeurde gitaren had wellicht vernietigd moeten worden, maar ze vonden toch hun weg naar de markt door ze goedkoop aan te bieden aan personeel en ver onder de prijs te verkopen aan geselecteerde winkels. Dat zette kwaad bloed bij andere afnemers.

Waarschijnlijk was het prompte einde van de productie in Boxtel ook te danken aan het feit dat 'Boosley & Hawkes" uit Londen het eerder genoemde "Tolchin" in 1981 overnam. Hierdoor kwam er ook een einde aan het bedrijf "Tolchin Europe B.V." wat in Best was gevestigd en nog altijd een belangrijke distributeur was van de "Alpha" gitaren, een naam die al in Best werd gebruikt om afgekeurde C.F. Martin gitaren "om te katten".