De Egmond Gitaar: het project.

Bovenstaande film over de roemruchte Egmond gitarenfabriek is het eerste deel van een 9-delige serie die is samengesteld uit al het materiaal dat ik: Siert van den Berg in samenwerking met Chris van Dijk, de afgelopen jaren heb verzameld en opgenomen. "De Egmond Gitaar: het project" is een internet project vormgegeven met video's, maar ook met aanvullende teksten, foto's en extra informatie. Op iedere pagina van deze website vind je steeds bovenaan een aflevering van de serie. Daaronder allerlei feiten, verhalen en aspecten die in de films niet aan bod komen.

In het menu hierboven vind je ook de link naar de zelfstandige documentaire: "De Egmond Gitaar" (1 u. 9 min. 19 sec.). Dit is een samenvatting van al het beeldmateriaal uit het project met de nadruk op de geschiedenis van de familie Egmond.

In dit project wordt meer ingegaan op de geschiedenis van de gitaar zelf. Het is geen afgerond project: inhoud en vormgeving kunnen afhankelijk van nieuwe informatie nog altijd veranderen. Wanneer je denkt ook een bijdrage te kunnen leveren dan verzoek ik je contact met mij op te nemen: Siert van den Berg, Arena 139 5211 XV Den Bosch. Mail: siertvandenberg@gmail.com of bel 06-21574644.

Ik wil hier graag iedereen bedanken die tot nu toe aan dit project hebben bijgedragen. Vooral de familie Egmond ben ik veel dank verschuldigd voor al het materiaal dat zij ter beschikking heeft gesteld.

De opbouw van de films in "De Egmond Gitaar: het project" is als vogt:

Deel 1:"Ha'k maar 'n gitaar". (6 min. 17 sec.). Proloog. Waarin ik een nieuwe elektrische gitaar wil kopen en in een plaatselijke Bossche muziekwinkel tegen een Egmond gitaar aanloop. Een merk waar ik nog nooit eerder van heb gehoord en waarvan ik begrijp dat de fabriek vlak bij mijn woonplaats heeft gestaan n.l. in Best. De fabriek bestaat al lang niet meer, maar het merk schijnt een zekere reputatie te hebben gehad. Ik besluit om op zoek te gaan naar de oorsprong van dit Nederlandse product. Het wordt een tweejarige zoektocht die mij o.a. langs oud werknemers, familieleden van de oprichters, bespelers en verzamelaars van deze gitaren zal leiden.

Deel 2: "Der Kongress Tanzt". (12 min. 21 sec.). De oorsprong van de Europese gitaar . Een reis langs de belangrijkste steden, gebieden en gebeurtenissen die van invloed zijn geweest op de geschiedenis en de ontwikkeling van de gitaar in Europa in de 19e eeuw. Het stadje Markneukirchen in de Duitse deelstaat Saksen speelt in dit deel een belangrijke rol, niet alleen omdat dit lang het belangrijkste handelscentrum was van de muziekinstrumentenindustrie in de wereld. Het is ook de geboorteplaats van Christian Friedrich Martin, de beroemde gitaarbouwer die als immigrant verantwoordelijk was voor het grote succes van het instrument in Amerika.

Deel 3: "Het gebeurde op het strand van Hulu-land" (12 min. 18 sec.). Met de inval van Hitler in Sudetenland in 1938 kwam er al snel een eind aan de uitvoer van muziekinstrumenten vanuit Duitsland en Tsjechië waar o.a. het bekende bedrijf Höfner was gevestigd. De grondlegger van het Nederlandse bedrijf Uilke Egmond had zich begin jaren dertig toegelegd (als gepensioneerde stationschef) op het geven van vioollessen. Samen met zijn oudste zoon Gerard was hij ook instrumenten gaan importeren vanuit Duitsland en Tjechië voor zijn leerlingen wat uitmondde in de vestiging van een muziekinstrumentenwinkel in Eindhoven. Toen de aanvoer stagneerde besloot Gerard om te proberen zelf gitaren te gaan maken. De eerste gitaren van Höfner uit de periode 1931-1937 stonden model. Maar ook Hawaii gitaren waren op dat moment zeer populair en zouden dat in en nog lang na de oorlogsjaren blijven.

Deel 4: "The Third Man". (12 min. 26 sec.). Lonnie Donnegan vormt de schakel tussen de Amerikaanse blues en folk en de opkomst van de beatmuziek in Europa. Als Engelse soldaat was hij begin jaren vijftig gestationeerd in Wenen en kwam hij via de Amerikaanse bezetters van de stad in aanraking met hun muziek. Country music, maar ook oude jazz en bluegrass: stijlen die op dat moment vooral ook in Amerika werden herontdekt. Donnegan (eerder bekend van de Chris Barber Jazzband uit die tijd) ontwikkelde een eigen mengelmoesje van muziekstijlen hetgeen in Engeland zou leiden tot de zgn. skiffle muziek. Iedereen in Engeland wilde plotseling gitaar leren spelen. Maar door de ban op de in- en verkoop van (overigens onbetaalbare) Amerikaanse gitaren in Engeland profiteerde het Nederlandse Egmond maximaal van deze plotselinge vraag.

Deel 5: "Pickin' My Way". (13 min. 20 sec.). Hoewel de vorm van de acoustische gitaar in Amerika (tot op de dag van vandaag) nog altijd is gebaseerd op de oorspronkelijke Europese basis die we al kennen uit het begin van de 19e eeuw, kwam daar in 1922 toch een variant op die was afgeleid van de manier waarop violen werden gemaakt. Gitaren, nu net als een viool, met een gekerfd gebogen bovenblad en f-sleutels in plaats van een klankgat. Dit model: de Gibson L-5 was bedacht door luthier Loyd Loar en werd gebouwd door de firma Gibson en was bedoeld als aanvulling op de verschillende instrumenten in de vele, wijdverbreide en zeer populaire "mandolineorkesten" in Amerika. Maar vanaf 1936 ze konden ook op een andere manier worden gebruikt. Met een andere nieuwigheid uit die tijd: een zgn. element of pick-up, kon de klank versterkt worden en kon het instrument zich doorontwikkelen als een solo-instrument in een jazzorkest. De jazzgitaar was geboren: de Gibson EH-150. Höfner met zijn enorme export naar de Nieuwe Wereld was er voor de oorlog (1937) met zijn eigen versie (Model 455) meteen als de kippen bij. Gerard Egmond zal er zeker toen al een in zijn bezit hebben gehad en zou ze vlak na de oorlog ook op grote schaal gaan fabriceren.

Deel 6: "Hound Dog". (30 min. 55 sec.). Het bedrijf was in 1947 gevestigd in Eindhoven onder de naam "Musica Muziekinstrumentenfabriek". Het is een goedlopend familiebedrijf, waarin de vier zonen van Uilke Egmond: Gerard, Dick, Jaap en Piet ieder een belangrijke en specifieke rol vervulden. Maar aan het eind van de jaren vijftig groeide het uit zijn Eindhovense jas en in 1960 werd er een splinternieuwe fabriek geopend in Best. Topjaren volgden en de productie werd opgevoerd naar 200.000 stuks per jaar. De meeste gitaren vonden hun weg naar het buitenland. Alleen al naar de VS werden jaarlijks 50.000 gitaren geexporteerd. De meeste muzikanten in Nederland, maar vooral ook in Engeland, konden zich geen dure Amerikaanse gitaren veroorloven. Egmond speelde daar op in door redelijk geprijsde modellen te fabriceren. Mocht je die je nog niet kunnen veroorloven dan kon je toch een Egmond gitaar kopen, maar dan op afbetaling. De fabricage aan de lopende band, de goedkope grondstoffen als triplex en zelfs spaanplaat, de beperkte afwerking en matige controle: het kwam de kwaliteit niet altijd ten goede.

Deel 7: "De jaren des onderscheids". (24 min. 51 sec.). Al aan het eind van de jaren zestig keert het tij. Er is te weinig vernieuwing en de kwaliteit blijft ernstig achter bij die van de steeds groeiende concurrentie, vooral vanuit de Aziatische landen. Als de belangrijkste importeur in Amerika besluit om zijn gitaren voortaan in Korea te kopen volgt een reeks van ontslagen. Rond 1971 wordt een dreigend falissement nog afgewend met een geldinjectie vanuit het Ministerie van Economische Zaken, maar tijdens de hieraan gekoppelde reorganisatie worden de Egmond broers buitenspel gezet.

Deel 8: "C.F. Martin IV". (22 min. 15 sec.). Na de reorganisatie die zijn beslag krijgt in 1972 is het Amerikaanse handelshuis "Tolchin Musical Instruments Inc." de grootste aandeelhouder van de fabriek in Best. Zij lijven het oude "Musica Muziekinstrumentenfabriek" onder de nieuwe naam "Egmond Muziekinstrumenten B.V." in bij hun dochteronderneming "Tolchin Europe B.V." Dit bedrijf heeft dan al een flink aantal andere Europesche bedrijven in handen zoals o.a. het beroemde Franse Buffet Crampon, de maker van klassieke blaasinstrumenten. De directie komt in handen van de heer Ad van der Linden. De eerdere personeelschef Jan Janssen wordt bedrijfsleider en Kees Thunnissen vormt hij tevens een nieuw bedrijf onder de naam CF Martin The Netherlands B.V. Met Tolchin wordt overeengekomen dat zij ieder jaar 10% van de Tolchin aandelen mogen overnemen. Tevens komt er in datzelfde jaar met dezelfde deelnemers een overeenkomst tot stand tijdens de muziekbeurs in Londen, waarin met het eveneens Amerikaanse C.F. Martin wordt afgesproken dat er in Nederland Martin gitaren gebouwd gaan worden. Hiervoor wordt een nieuwe lijn ontworpen: de Martin Vega serie, bestaande uit 6 verschillende modellen. C.F. Martin staat garant voor de afname van 15.000 gitaren per jaar. Er komt een kapitaalinjectie en er worden nieuwe machines vanuit Amerika overgebracht naar het Brabantse Best. C.F. Martin wil uitbreiden omdat ze de internationale vraag naar hun producten nauwelijks aan kunnen. De toenmalige directeur van het bedrijf Frank Martin wil het bedrijf zelfs naar de beurs brengen. Hij laat al onder een andere naam gitaren bouwen in Japan (Sigma), maar zoekt ook naar betrouwbare partners in Europa. Martin koopt Egmond niet op in 1972, maar wel het Zweedse Levin. Met Levin kopen ze impliciet een Europees dealernetwerk.

Deel 9: "De Boxtel Periode". (17 min. 40 sec.) Tijdens de sluiting van de Egmond fabriek in 1977 vraagt curator Ad van der Linden al aan een paar van de werknemers om rekening te houden met een eventuele doorstart in Boxtel. De directeur van de sociale werkplaats daar: Henk Donatz, heeft daarvoor belangstelling en vindt ook in september 1979 de plek, het geld en de middelen. Voor een groot deel betekent het dat de machines uit de fabriek in Best uit de failliete boedel worden overgenomen, net als de rest van de daar opgeslagen voorraden. Met 10 professionele werkbegeleiders o.l.v. oud-Egmond werknemer Piet van der Heijden, gaan ca. 70 WSD werknemers in Boxtel gitaren bouwen op basis van de kwaliteit die C.F. Martin eerder eiste voor de "Vega" gitaren. Het gaat om een dertigtal instrumenten per dag, die onder de naam "Alpha" op de markt worden gebracht. Er komt echter al in 1981 een eind aan deze productie. Als reden wordt genoemd dat de gitaren te duur zouden zijn. Daarnaast zouden te veel van de geproduceerde gitaren niet aan de kwaliteitseisen van de eigen controleurs voldoen en worden afgekeurd. Een groot deel van deze afgekeurde gitaren had wellicht vernietigd moeten worden, maar ze vonden toch hun weg naar de markt door ze goedkoop aan te bieden aan personeel en ver onder de prijs te verkopen aan geselecteerde winkels. Dat zette kwaad bloed bij andere afnemers. Waarschijnlijk was het prompte einde van de productie in Boxtel ook te danken aan het feit dat 'Boosley & Hawkes" uit Londen het eerder genoemde "Tolchin" in 1981 overnam. Hierdoor kwam er ook een einde aan het bedrijf "Tolchin Europe B.V." wat in Best was gevestigd en nog altijd een belangrijke distributeur was van de "Alpha" gitaren, een naam die al in Best werd gebruikt om afgekeurde C.F. Martin gitaren "om te katten".

Siert van den Berg (1947) studeerde grafische vormgeving aan de AKI in Enschede, met als specialisaties film en fotografie. Lang was hij werkzaam als poppenspeler, reisde met zijn eigen gezelschap langs scholen en theaters in Nederland en België. Daarnaast had hij een eigen theater in Zutphen. Vanaf 2014 woont en werkt hij in 's-Hertogenbosch en maakt hij films en schilderijen. ("Mijn schilderijen" : rechtsboven in het menu).

Op Youtube en Vimeo kun je al mijn films zien. Op deze site uitsluitend het meest recente werk. "De Egmond Gitaar" is "A work in progress".