• De Egmond Gitaar

Een project van Siert van den Berg, schilder en filmmaker in 's-Hertogenbosch. Gemaakt in samenwerking met Chris van Dijk.

Deel 4: "The Third Man".

De betekenis van Egmond.

In de film wil ik laten zien welke plek/betekenis die deze gitarenfabriek heeft gehad in de ontwikkeling van de popcultuur. Niet alleen in Nederland, maar vooral ook in Engeland. Het waren geen beste gitaren, maar ze waren wel goedkoop. De gitaar was het muziekinstrument van en voor de baby-boomers. De kinderen die net na de oorlog waren geboren, kinderen die zich in vrijheid mochten ontwikkelen. Maar hun ouders moesten het vooralsnog zuinig aandoen. Gitaar spelen: prima, maar leer het dan eerst maar eens op een goedkoop ding. Als je een beetje kunt spelen en je blijft het leuk vinden dan zien we wel verder. (Ik zeg dit uit eigen ervaring: ik ben van 1947 en kreeg van mijn ouders op mijn 14e verjaardag een gitaar. Geen Egmond, maar een redelijk goede eenvoudige Italiaanse studiegitaar).

Een "Manhattan" op afbetaling.

Maar het had evengoed een Manhattan kunnen zijn: een gitaar die je op afbetaling kon kopen. Voor deze gitaar werd in allerlei tijdschrijften en radiobodes reclame gemaakt. Het was een Egmond gitaar die onder een andere naam: "Manhattan", via een postorderbedrijf verkocht werd.

Het was niet veel anders in Engeland, waar lang na de oorlog nog alles op de bon was en waar tot 1960 de betere maar ook dure Amerikaanse gitaren niet eens te koop waren als gevolg van een handelsembargo op Amerikaanse goederen. Egmond profiteerde hiervan en verkocht er (via importeur Rosetti) in de jaren vijftig al grote aantallen. George Harrison, Brian May en Rory Gallager hebben gitaar leren spelen op een Egmond, in Engeland uitgebracht als een Rosetti Toledo. De eerste elektrische gitaar van Paul McCartney was een Egmond "Rosetti" Solid 7, die hij later ombouwde tot een basgitaar. Ondertussen gingen er jaarlijks ook al snel tienduizenden van deze goedkope gitaren naar Amerika, waar ze vaak, net als in Nederland, ook via postorderbedrijven werden verkocht.

Het Britse gitaar-embargo.

Een artikel van Tony Bacon over de tijd dat het in Engeland verboden was om Amerikaanse muziekinstrumenten te kopen.

Voor Britse gitaristen was het na de tweede wereldoorlog vrijwel onmogelijk om aan een Amerikaanse gitaar te komen. De Britse overheid had grote geldproblemen en had een reeks importmaatregelen bedacht om te proberen de zaken recht te zetten.

Stel je je eens voor hoe jij je zou voelen. Ik bedoel, Amerikaanse gitaren: Fenders, Gibsons, Martins, Gretsches, Guilds - alle grote namen - en geen daarvan beschikbaar. En dat jaren en jaren lang. Sommigen hebben deze ramp later beschreven als een verbod dat vooral gold in de jaren '50. Maar in feite duurde de schaarste aan nieuwe Amerikaanse instrumenten in het Verenigd Koninkrijk min of meer vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot eind 1959.

Die focus op de jaren '50 is waarschijnlijk te danken aan een reeks extra restricties die de Britse regering aan het einde van 1951 aankondigde.

"Het muziekvak is een van de eersten die het effect van de economische maatregelen van deze Conservatieve regering zal voelen", zei een rapport uit november '51 in Melody Maker, het weekblad van muzikanten. "De import van muziekinstrumenten en grammofoonplaten, tot nu toe onbeperkt, moet drastisch worden ingeperkt. Eerste rapporten suggereren dat een verlaging van 75 procent kan worden verwacht.”

Het gevolg was dat importeurs van muziekinstrumenten de Amerikaanse producten links lieten liggen. De nadruk kwam vooral te liggen op de import van in Europa gemaakte gitaren. Dit beperkte in grote mate de keus van instrumenten voor een Engelse gitarist.

Kijk naar waar de gitaristen in de vroege beatgroepen van de jaren ’50 op speelden. Of je nu in Liverpool of Londen of Manchester of Glasgow was of waar dan ook in Engeland, je zou er bijna uitsluitend Europese merken zien, plus een paar Japanners. Höfner was het meest populaire merk: gemaakt in Duitsland. Een van de eerste gitaren die een jonge David Gilmour bezat, was bijvoorbeeld een Höfner Club. Hij stond absoluut niet alleen in die keuze.

Ook uit Duitsland kwamen Aristone, Framus, Hoyer, Klira, Otwin, Roger en andere merken, terwijl uit Japan Antoria en Guyatone kwamen. Hank Marvin's eerste elektrische gitaar was een Antoria, een gitaar die precies zo speelde als hij eruit zag: een goedkoop gemaakte plank.

Zeldzaamheden onder deze jaren '50 electrische gitaren waren Grimshaw gitaren die werden gemaakt in Engeland zelf. Hier en daar zag je wel eens een Zweedse Hagstrom gitaar. Uit Nederland kwam de Egmond, uit Tsjechoslowakije (later Tsjechië) de Futurama gitaar, die nog het meest leek op de onbereikbare Fender Stratocaster.

Jimmy Page noemde zijn Futurama een Grazioso omdat de gitaar een "Grazioso" logo op de kop had.

"Dat was de eerste elektrische gitaar die ik kreeg," vertelt Jimmy me. “Daarvoor had mijn vader een Hofner voor me gekocht, maar na ..." hij pauzeert en lacht hardop. "Ik weet het niet, misschien was hij paranormaal begaafd en wist hij wat er zou komen: een hele reeks gitaren in de loop van de komende jaren in mijn leven. Maar dat was de eerste, de Grazioso. hij zag eruit en voelde aan als een elektrische gitaar, ook al was het geen Fender. "

Waar had hij hem gekocht? ‘Waarschijnlijk bij Bell's in Surbiton, die winkel waar ook die andere gitaar vandaan kwam, de Höfner. Ze verkochten er ook accordeons en dergelijke, maar ze hadden geen Gibsons of Fenders.' Waar verkochten ze die dan wel in die tijd? '

Het korte antwoord is: nergens!

Na de Tweede Wereldoorlog controleerde de Britse “Board of Trade” de invoer van buitenlandse producten om de betalingsbalans van het Verenigd Koninkrijk te verbeteren. De betalingsbalans is een begrip dat door politici wordt gebruikt om de rijkdom van een land te meten door de inkomende en uitgaande kosten met elkaar te te vergelijken. Het hoofddoel van de regering was om het groeiende dollartekort te verminderen.

De bredere beperkingen van de vroege jaren vijftig waren voornamelijk van toepassing op de invoer van voedingsmiddelen en dranken, maar onder de beperkte invoer van gefabriceerde goederen waren vooral ook muziekitems: grammofoonplaten, mondharmonica's, platenspelers en onderdelen daarvoor, snaarinstrumenten (inclusief gitaren), en blaasinstrumenten.

Gedurende deze periode waren er nog slechts een paar manieren om aan een Amerikaanse gitaar te komen. Een daarvan was om een zeeman ervan te overtuigen om er een voor je mee te nemen op de terugreis van de VS. Een andere was om een van de weinige tweedehands instrumenten op te sporen die heel soms te koop werden aangeboden. Of je kunt een nieuwe privé importeren. Dat is wat de Britse zanger Cliff Richard en de Shadows gitaristen Hank Marvin en Bruce Welch deden.

Een groot deel van de aantrekkingskracht van Amerikaanse gitaren voor jonge Britse muzikanten kwam voort uit het feit dat ze graag het repertoire van Amerikaanse gitaristen wilden naspelen. En als je van Amerikaanse rock 'n' roll hield en die muziek zelf wilde spelen, volgde daaruit dat je een Amerikaanse gitaar nodig had. Dat is precies wat Cliff, Hank en Bruce vonden (en vele anderen zoals zij).

Ze kwamen erachter dat hun held, James Burton, op een Fender speelde en stuurden naar het hoofdkwartier in Californië een aanvraag voor een brochure. Toen de catalogus van 1958/59 arriveerde, brachten ze veel tijd door met kwijlen over de inhoud, niet in de laatste plaats de weelderige rode Stratocaster met vergulde elementen en maple hals prominent afgebeeld op de voorkant. Burton zelf zal zeker deze meest luxueuze Fender bespelen, dachten ze. Een gulle Cliff Richard schreef terug naar Californië om er een te bestellen.

Pas later ontdekten ze dat Burton in feite een echte Telecaster-man was. Maar zo kwam het dat Hank Marvin begin 1959 kwam te spelen op een echte Amerikaanse rode Stratocaster met vergulde elementen. Het was een van de eerste Strats in het Verenigd Koninkrijk en het werd zeker het meest bekeken instrument van die tijd.

Er waren wel meer gitaren Engeland binnen gesmokkeld, sommigen dankzij een gedienstig bemanningslid op de US-UK-lijnschepen die Manny's winkel in New York City konden binnenstormen en bijvoorbeeld een zeldzame gitaar konden kopen voor een Engelsman met de contacten en de contanten en de lef. Maar het was Hank Marvin van The Shadows die dit zeldzame en dure Amerikaanse instrument aan duizenden bewonderende fans kon tonen toen Cliff en het kwartet begonnen aan hun roemrijke carrière.

Kort na de bijzondere aanschaf van Hank’s gitaar veranderde de Britse regering eindelijk van gedachten over de invoer van muziekinstrumenten en Melody Maker was er opnieuw om verslag te doen van deze gebeurtenis.

"De Board of Trade van deze week kondigde de opheffing aan van het importverbod op veel goederen", luidde een nieuwsflits van juni 1959, "inclusief grammofoonplaten, instrumenten, radio- en televisie-apparatuur, opnametape en grammofoons uit de “dollargebieden”. Het zogenaamde dollargebied omvatte 16 Midden- en Zuid-Amerikaanse landen, evenals Canada en de Verenigde Staten, maar natuurlijk was de VS voor gitaristen van het grootste belang.

Stanley Lewis en Ivor Mairants in het centrum van Londen waren enkele van de eerste winkels die een aantal vroege nieuwkomers te koop aanboden. "VS-gitaren op voorraad nu!"

Lewis kondigde in september ’59 de komst aan van Martin, Gibson, Guild, Harmony, etc.

Mairants in dezelfde maand bood aan om bestellingen op te nemen voor binnenkort te verschijnen modellen van Guild, Martin, Harmony en Epiphone.

Groot-Brittannië had geen officiële Gibson-distributeur omdat Francis Day & Hunter (FD & H) met deze Amerikaanse instrumenten stopten bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nadat de importbeperkingen in 1959 waren opgeheven, wierp de Britse Selmer-onderneming zich op om de nieuwe Gibson-distributeur te worden.

Boosey & Hawkes kondigden in augustus '59 haar Britse distributie kanalen aan voor Guild, Martin, Harmony en Vega. Evenzo, in 1960, nam Jennings (beter bekend als de fabrikant van Vox-apparatuur) de distributie van Fender in het Verenigd Koninkrijk op zich. Ook Selmer voegde Fender enkele jaren later ook toe aan zijn lijstje.

Op hetzelfde moment dat de beperkingen werden opgeheven greep Big Jim Sullivan, die in die tijd op het punt stond om een drukke sessiespeler te worden in de Londense studioscène, de gelegenheid aan om een nieuwe Amerikaanse gitaar voor zichzelf te kiezen,.

Hij was zelfs een van de gelukkige zielen die er al een had. Hij had in de jaren vijftig bekendheid verworven met Marty Wilde & His Wildcats. En net als Hank Marvin had hij het geluk gehad om voor een vrijgevige zanger te werken die een manier vond om het importprobleem te omzeilen. Marty Wilde had Big Jim in 1957 een Les Paul Goldtop gegeven, die Wilde tweedehands had gekocht van zuster Rosetta Tharpe, toen ze aan het einde van dat jaar door Engeland trok.

"Ik gebruikte die gitaar tot 1959, toen Amerikaanse gitaren in dit land mochten worden geïmporteerd," herinnerde Big Jim zich later. Op dat moment, zoals velen, kon hij niet wachten om zo’n nieuw beschikbare Amerikaanse gitaar te kopen. “Het werd een kersenrode Gibson 345-stereo die ik kocht bij Ivor Mairants. Het was een geweldig instrument!"

Over de auteur: Tony Bacon schrijft over muziekinstrumenten, muzikanten en muziek. Hij is mede-oprichter van Backbeat UK en Jawbone Press. Zijn boeken omvatten The Ultimate Guitar Book, London Live en Electric Guitars: Design And Invention. Zijn nieuwste is een nieuwe editie van Electric Guitars: The Illustrated Encyclopedia (Chartwell). Tony woont in Bristol, Engeland. Meer info op:

tonybacon.co.uk.

Siert van den Berg (1947) studeerde grafische vormgeving aan de AKI in Enschede, met als specialisaties film en fotografie. Lang was hij werkzaam als poppenspeler, reisde met zijn eigen gezelschap langs scholen en theaters in Nederland en België. Daarnaast had hij een eigen theater in Zutphen. Vanaf 2014 woont en werkt hij in 's-Hertogenbosch en maakt hij films en schilderijen. ("Mijn schilderijen" : rechtsboven in het menu).

Op Youtube en Vimeo kun je al mijn films zien. Op deze site uitsluitend het meest recente werk. "De Egmond Gitaar" is "A work in progress".