"Dwingelderveld" Olieverf op linnen, 150 x 180 x 4 cm.


Siert van den Berg

Schilder en filmmaker

Over mij

Ik heb al van alles gedaan in mijn leven, van alles geleerd, maar ook veel afgeleerd. Zo langzamerhand heb ik een paar dingen aardig door, maar aan de andere kant heb ik ook veel nooit begrepen. Ik heb ook een hoop gemist, niet gezien, niet gehoord, niet gelezen. Maar onder de noemer van het begrip “éducation permanente” sta ik iedere dag weer op met het idee dat het me misschien nog lukt om op mijn oude dag nog een hele hoop in te halen.

Toen ik een jaar of 25 was zat ik in het eindexamenjaar van de kunstacademie in Enschede. De AKI, in die tijd waarschijnlijk de meest anarchistische kunstopleiding in het land. Anarchistisch is misschien een te groot woord, maar als het in die tijd ging om medezeggenschap en de vrijheid om je te ontwikkelen in de richting die je zelf intuitief voelde te moeten gaan, was Enschede "the place to be" in die tijd.

Ik zou er in 1974 eindexamen doen als grafisch vormgever met als specialisatie film en fotografie.

Er was in die tijd nog geen afdeling audio-visueel in Enschede. Maar op de afdeling grafische vormgeving was de opvatting over dit vakgebied heel ruim. Er was alle ruimte binnen het begrip communicatie vormgeving. Fotografie hoorde daar zeker bij en niemand stoorde zich eraan dat ik daar als eerste student eindexamen deed met een film: een documentaire over de ervaringen op de AKI van een aantal jaargenoten.

Als er al nauwelijks spake was van begeleiding tijdens de opleiding, was er over begeleiding na je eindexamen al helemaal niets te vinden. De realiteit van het kunstenaarsbestaan de "beroepspraktijk" kwam vrijwel nooit aan de orde. Maar daar zaten we indertijd niet mee, de wereld was sowieso van ons en we waren er van overtuigd dat alles ging worden zoals wij dat zo'n beetje zelf voor ogen hadden.

Een strohalm om (al was het maar voor een deel een stukje zekerheid en inkomen te hebben na afstuderen) was een bijscholingscursus die je in je eindexamenjaar kon volgen: een cursus creatief pedagogisch didactische bijscholing (CPDB) die je na je eindexamen het recht gaf om les te geven op zgn. creativiteitscentra. Voor mij een belangrijke strohalm: ik zou later bij verschillende creativiteitscentra les gaan geven. Als docent fotografie in Enschede, Arnhem, Wageningen en Ede.


Kunstzinnige Vorming

Hier wordt gewerkt 7 mei 2021.

“Education permanente”.

Onderstaande gedachten werden wereldwijd gelanceerd op de noemer van de “éducation permanente” (EP) door de tweede UNESCO-conferentie over de volwasseneneducatie (Montreal, 1960). Die proclameerde: “Overal ter wereld dienen de verschillende vormen van buitenschoolse en volwassenenvorming beschouwd te worden als een integraal deel van het educatieve bestel, opdat mannen en vrouwen gedurende heel hun leven de mogelijkheden hebben voor hun vorming en ontwikkeling”.

De opkomst van de creativiteitscentra.

Hieronder citeer ik uit de archieven van de Werkschuit, een Amsterdams creatief centrum dat al in 1947 werd opgericht en later model stond voor de talrijke creativiteitscentra die onstonden eind jaren 60.

We hebben het over de tijd van Provo, Flower Power, Ludieke Aksie, Sensitivity-trainingen. Politiek Vormingstheatergroep Proloog, Werktheater, Tejater TeNeeter. Bread and Puppet Theater, Living Theatre....

.........De minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk in 1965, M.Vrolijk (PvdA) vindt dat er wel wat meer voorzieningen voor cultuur en maatschappelijk welzijn nodig zijn. Er komen een aantal instellingen zoals het NIVON, het Nut, NCVO. De nieuwe minister van CRM, Marga Klompé (KVP, 1966-1971) vindt dat kunst een element van maatschappelijk welzijn moet zijn. Aan de Werkschuit wordt gevraagd om een landelijke vereniging voor instellingen van creativiteitsontwikkeling op te zetten. Een van de medewerkers van de Werkschuit, Jan van Oosten wordt de eerste directeur van de Vereniging voor Creativiteits Ontwikkeling (VCO). Er is een sterke behoefte aan kwaliteitsbewaking ontstaan omdat her en der stichtingen opgericht worden met het woord schuit in hun naam, terwijl ze inhoudelijk niet met een vergelijkbare kwaliteit bezig zijn. De instellingen die subsidies willen krijgen moeten eerst lid van de VCO worden. Daarmee wordt de VCO een verkapte inspectie.

Jan Blokker verzucht: Er zijn hobbyclubs genoeg, er is behoefte aan een culturele ANWB. In de loop der tijd ontwikkelt de VCO zich tot een werkgeversorganisatie die later Vereniging voor Kunstzinnige Vorming VKV gaat heten. De kwaliteitsbewaking komt in handen van de Rijksinspectie Kunstzinnige Vorming en Amateuristische Kunstbeoefening (KV/AK). Men adviseert gemeenten en provincies bij beleidsontwikkeling en het aannemen van docenten. De inspectie wordt vervolgens weer geprivatiseerd tot een Stichting Kwaliteitsbewaking KV/AK. Daarna komt de inspectie in handen van de Onderwijsinspectie. Daarna valt het onder inspectie Erfgoed. Einde van kwaliteitsbewaking, begin bureaucratie.

Meer begrip voor kunstenaars kweken.

De voorzitter van de Werkschuit, Emil Meijer, directeur van het Stedelijk Museum, kondigt bij het vijftienjarig bestaan aan dat de Werkschuit uit haar min of meer elitaire cocon moet kruipen. Het onderwijs kan dan nog wel indirect profiteren van de experimenten die op de Werkschuit plaats vinden. Die opvatting wordt mede ingegeven doordat veel kunstenaarsdocenten zich in het onderwijs, pedagogisch-didactisch, onzeker voelen. Het gevolg van deze ontwikkeling is dat de Vrije expressie op de scholen er steeds meer bij komt te hangen. De Gemeente Amsterdam geeft alleen subsidie voor de cursussen en niet voor begeleiding van het onderwijs. Verhitte discussies spelen zich aan boord van de Werkschuit af. Moeten er op gezag van de overheid uitsluitend volwassenencursussen voor de vrijetijdssector gegeven worden? Voor afgestudeerden aan de kunstacademies komen er Creatief Pedagogische en Didactische Bijscholingen waarmee ze een bevoegdheid voor het werken in Creativiteitscentra verwerven. De bijscholing in Arnhem start met een volwaardig aandeel Creatief Taalgebruik en druktechnieken. De bijscholingen in Rotterdam, Amsterdam, Den Bosch, Maastricht en Enschede volgen dat voorbeeld.